Nederland, land van beleggers of van nieuwe waarde(n) creatie

Bekijk hier de aflevering van Zembla over koeien.

“Fast food” boeren versus “slow food” boeren

Ons landbouwbeleid is de laatste 40 jaar, onder invloed van 4 nota’s Ruimtelijke Ordening, bepaald door een verplaatsers- en stoppers beleid. De laatste 40 jaar is er een teruggang geweest van 50000 melkveehouders naar 17000 melkveehouders. Aan dit proces hebben de 5 B’s flink verdiend. (Banken, Boekhouders, Bemiddelaars, Bedrijfs adviseurs /controleurs en de Belastingdienst.

Stukje geschiedenis

Normaal gesproken hangt vermogen af van de waarde van het product. Melk in dit geval. Veel “vermogen” in de agrarische sector is echter ontstaan in de waardeontwikkeling van de landbouwgrond door niet agrarische bestemming (woningbouw e.d.). Ruim de helft van het huidige aantal boeren heeft met deze uitbetaalde waarde te maken gehad. Dit waren veelal forse bedragen die alleen door herinvestering belastingvrij aangewend konden worden.

Hiermee zijn de vele verplaatsingen betaald en de nodige uitbreiding (lees schaalvergroting). De samenleving heeft hier dus zelf aan meebetaald voor een select aantal melkveehouders (ongeveer de helft). Onder invloed van de grote vraag naar landbouwgrond door uitplaatsers en mestwetgeving (intensivering) hebben de overige melkveehouders met eigendom (in tegenstelling tot melkveehouders met pachtgrond) ook hun waarde van hun bedrijf op papier (balans) zien stijgen, wat ook voor hun gunstig is om uitbreiding te kunnen bewerkstelligen.
Het verdienmodel lag dus meer bij het aangroeien van dat vermogen dan dat het daadwerkelijk uit de melkprijs is betaald.

Veel vermogen uit bestemmingswijziging, wat uiteindelijk betaald is door de burger voor de ondergrond van hun aangekochte woning in een Vinex locatie, is gebruikt voor modernisering en opschaling van deze melkveebedrijven.

De voortzetting en het bestaan van het melkveebedrijf is ook enorm afhankelijk geworden van het spel binnen de familie van doorschuiven van stille reserves bij overname, schenkingen en erfenissen en de waarde veranderingen van het onroerend goed door niet agrarische exploitatie.

Gevolgen
Dit was natuurlijk prachtig geld om innovaties aan te jagen. Veel technische en chemische innovaties zijn dan ook door deze middelen betaald. Deze toegepaste innovaties worden, door o.a. de gedane inspanning van de melkveehouderij bij nieuwbouw, nu waardevol geëxporteerd. Veel op techniek gerichte bedrijven doen al flinke zaken met het buitenland.

Door quotering en mestwetgeving is het beroep “boer” er niet creatiever op geworden. Veel melkveehouders voelen dat ze in een economische dwangbuis zitten en denken dat dit alleen met schaalvergroting op te lossen is. De bedrijfsvoering wordt op efficiëntie ingezet en vaak telt alleen economie.

P.S: Ook voor de melkfabrieken (Campina 80 %) zijn grotere melktanks efficiënter in verband met logistieke processen.

De balans tussen economie en ecologie is verzwakt en er wordt uitsluitend op “kostprijs” gewerkt.

Een ander deel van onze melkveehouders welke niet meegedeeld hebben met betaalde bestemmingswinst van buiten de melkveehouderij, gaan op eigen kracht inzetten op schaalvergroting. Zij hebben een kritische hogere kostprijs. Ook status om groot te zijn speelt hierbij een rol.

Gevolg is dat het management voor beide “groeiers” meer technisch en chemisch word. Het gevolg is dus ook dat er deels een melkveehouderij ontstaat die minder belang heeft bij natuurlijke invloeden. Temeer dat dit het management en daardoor de efficiëntie verminderd en daardoor benadeeld word.

In de stallen is een overproductie van drijfmest (combinatie van urine en mest). Dit is zuurstofarme mest waar het proces van rotting plaats vindt. Deze mest is minder gezond voor de bodem in vergelijking met aeroob gerijpte mest. De mest ontstaat hoofdzakelijk uit geïmporteerd voer. Een intensief melkveebedrijf heeft in het buitenland eenzelfde hoeveelheid landbouwgrond liggen waar voer verbouwd word als grondstof voor het krachtvoer voor zijn koeien. Daarnaast wordt een koe vaak ook gebruikt om restproducten van de industrie te verwerken bijvoorbeeld soja schroot, bierborstel etc.

Vanwege het overschot aan mest wat ontstaat door het houden van meer koeien ten opzichte van de hoeveelheid land, moet de verwerking van deze mest technisch opgelost worden.

Veel negatieve aandacht gaat er uit naar “ons” mestprobleem, totdat je er strontziek van word. Met alle versuffende regelgeving als bijvoorbeeld PAS, NB, Veewet, Flora en Fauna, VWA etc. als goed voer voor de juristen. Zet je een kruisje verkeert bij de mei telling of je rijd een dag te vroeg mest uit op je land, je bent als veehouder gelijk als een crimineel met wel boetes die oplopen in de duizenden euro’s. Hoe moeilijk kun je het maken als gevolg van te intensieve landbouw.

Dierwelzijn en huisvesting

Er zijn veel ( oude)stallen waarbij je blij word als de koeien weer naar buiten mogen. Ook zijn er (Jonge) stallen waar de koe blij kan zijn dat hij binnen mag blijven. Deze laatste stallen zijn ingericht met het oog op een hoog niveau van dierwelzijn. De definitie mega stal verliest hiermee zijn waarde.

Veel verwarring is er dan ook over “Weidegang”.

Door ons succesvol fokbeleid naar een efficiënte genetisch hoogproductieve koe is deze koe minder tot niet meer geschikt geworden voor volledige weidegang. Deze koeien hebben behoefte aan dagelijks een uitgekiend hoogwaardig rantsoen van elke dag een constante samenstelling. Dit is de oorzaak van het opstallen. Daarnaast zijn de organisatorische taken van voederwinning, afrastering en weidemanagement vaak een te hoge last. Ook het jongvee is door opstallen veel beter te “beheersen”.

Hierbij luistert het nauw met wat je in de koe stopt of in de bodem. Alles wat je erin stopt komt er ook weer uit. Het systeem is heel kwetsbaar; de natuur wordt een bedreiging voor de ‘niet-natuur’. Een vaak wankele balans waar innovatief vaak letterlijk en figuurlijk een technische of chemische weerstand opgebouwd word.

Afzet van anonieme specialty volume producten

Deze melkstroom kenmerkt zich omdat het grootste gedeelte van de Nederlandse burger er geen echte binding mee krijgt. Deze melk is ook als grondstof geproduceerd; we weten uiteindelijk niet in welke producten deze grondstof terecht komen. Veelal word meer dan 70 % buiten Nederland en binnen de EEG afgezet. Er is dus een enorm belang voor onze handelsbalans. Daarnaast word er nog 5 % buiten de EEG op de wereldmarkt afgezet. Dit deel neemt toe en de prijs voor deze melk is dan ook afhankelijk van een wereldmarkt.

Weidegang met veel biodiversiteit is de “ster” op de Mercedes.

Met een agrarische sector met weidegang kan Nederland zich in onderscheiden van alle andere landen. We moeten waken dat de status van de bodem en de koe, niet geassocieerd wordt met de komkommer in de glastuinbouw op substraatteelt.
Gek gezegd een “glaswol koe” op een ”glaswol bodem” zonder “smaak”.

De andere groep melkveehouders ondersteunen het principe van boeren “met de natuur” waarbij een andere balans gezocht word tussen beleving van de burger, de koe, de bodem, de omgeving, het product, het milieu en de boer zelf. Deze vorm oogt minder efficiënt maar is op zoek naar een ander optimum en lijkt langer volhoudbaar, waarbij biodiversiteit een belangrijk middel is. Deze veelal ‘buiten koe’ heeft vaker natuurlijke weerstanden te verduren als de ‘binnen koe’ en zal ongetwijfeld bij ongepast weer zich binnen beter voelen. Veelal heeft deze koe ook de keuze; wel of niet naar buiten.

Gezonde gerijpte mest is in de basis het belangrijkste in de koolstof kringloop naar gezonde bodem, voeding voor het vee, gezonde en smakelijke producten en de gezondheid van mensen

Wel heeft deze vorm een hogere kostprijs. Een koe is geen varken maar een herkauwer en die heeft structuur nodig voor een gezonde “pens” werking. Veel structuur in het voer (lees koolstof) des te gezonder de koe en mogelijk gezondere melk en vlees. Hierbij moet wel genoegen genomen worden met een lagere productie. Een extra beloning voor de melk die op deze manier wordt geproduceerd is noodzakelijk.

Zo maar even omschakelen doe je niet. Je land raakt in een “burn out” situatie en heeft jaren tijd nodig om weer te herstellen

Samenvattend
Alles in Nederland wordt omgerekend naar rendement. Zelfs het rentmeesterschap en ons pachtsysteem werken zo. Men gaat niet meer uit van het werkelijk opbrengend “vermogen” van smaak, kwaliteit en van het gewas met behoud van bodemvruchtbaarheid door de natuurlijke kringloop. De dreiging is dat we onze bodem arm telen om op korte termijn financieel te overleven.

Er ontwikkelen zich meerdere typologieën (melk)veehouderijen in Nederland die mogelijk kunnen zijn. We zullen wel uit moeten leggen waarom we zo boer zijn en hoe dat past bij MVO. De markt en uiteindelijk de consument moet dan wel kunnen beslissen op basis van objectieve en transparante informatie. De consequenties van elk van de typologieën moeten helder in beeld komen.

Maar er moet wel wat gebeuren!
De verhouding is zoek geraakt! De verwarring is groot!
Er is nu teveel verschil tussen grote en kleine- zwaar en licht gefinancierde- ondernemende en minder ondernemende- goede en minder goede grond- natuur en minder natuur liefhebbende boeren.

Voor onze belangenorganisaties als WUR Wageningen en LTO en dienstverleners, is het moeilijk om te veranderen. Er staan veel marktbelangen op het spel.

Het voeden van de toename van wereldbevolking.

Hoewel je vraagtekens zou kunnen zetten bij een groei in wereldbevolking, wordt vaak opgemerkt dat Nederland met een vorm als boeren met de natuur “de wereld” niet blijft voeden en dat we daarmee “voedsel uit de mond” van de hongerlijdende mensheid stoten. Zouden we dan in ons eigen land niet eerst eens wat gezonder kunnen gaan eten? Overlijden aan het gevolg van diabetes is volksziekte/bedreiging no. 1 aan het worden boven hongersnood.”

Veel melkveehouders doen geloven (door betalende adviseurs ) dat we vanuit Nederland de wereld moeten voeden. Dit zal echter beslist niet vanuit Nederland gebeuren. We zitten namelijk al erg hoog qua productie. Er kan nog best meer geproduceerd worden maar alleen als dat in overeenstemming is met het milieu. En dan nog is dat een druppel op een gloeiende plaat. En waarom zouden we ons eigen land vergiftigen omwille van de export?
Wel onze kennis is exportabel om daar waar schaarste is voedsel te produceren.
In Nederland wordt ook veel primair voedsel verwerkt tot veel ongezonde snoeperijen en veel word verspilt. Ook veel landbouwgrond in Nederland wordt ingezet voor de teelt wat niets met voeding te maken heeft. Te denken valt aan bloembollen, boomteelt en andere luxe teelten. Misschien is het beter als we daar eens mee zouden beginnen!

Zijn wij “landbouwer” of “landrover”?

Het is belangrijk dat je weet waarom je boer bent en wat je er leuk aan vindt. De uitoefening ervan is, door de inmiddels vele regelgeving, er niet makkelijker op geworden.

Wat een geruststellend gevoel dat onze hoge grondwaarde, die totaal niet in verhouding is met het werkelijk opbrengend vermogen, een veilige buffer is als het financieel niet meer gaat.

Maar voor hoe lang nog?

‘Een samenleving waar uitsluitend economische motieven gelden en die zijn landbouw verwaarloosd, verwaarloosd uiteindelijk zijn maatschappij en verliest zijn normen en waarden’

   Uit “BOERENWIJSHEID”

 

Maar: Een samenleving die zijn eigen land en tuinbouw waardeert is beter exportabel dan smakeloze anonieme massa productie gericht op enkel wat voor maximalisatie dan ook.


 

Wat te doen?

  1. Allereerst! Stoppen met wijzen naar elkaar!

In plaats daarvan moet een ieder kijken naar de verantwoordelijkheid die hij/zij zelf zou kunnen nemen en wat we van elkaar zouden kunnen leren.

  1. Een herwaardering van de primaire sector is wenselijk door;
    1. Een waarde verhoging ten gunste van de primaire sector
    2. EN/OF een waarde verschuiving van tertiaire en secundaire sector naar primair.
    3. Creëren van een andere marktpositie waarbij het consumenten product met zo weinig mogelijk suggestie aangeboden word.

De primaire sector behoort de “apotheek” te zijn van onze samenleving en verdiend ook de bijbehorende waardering. Als gezonde voeding net zoveel zou opbrengen als medicijnen is de agro en food sector gelijk uit de brand. Een deel van die opbrengst moet wel ten goede komen aan ons algemene beheer / rentmeesterschap van de onze gezamenlijke groene ruimte

  1. Gezonde en transparante prijsstelling voor het product richting consument en werken aan productopwaardering. Als de Nederlandse bevolking de “boer” met een 7,6 waardeert moet dat uiteindelijk ook in de prijs van de producten tot uiting komen.

“Met de wetenschap van morgen weer boeren met de goede smaak van vroeger”

Irene Bruins – zuivelverwerker en diëtist

Harry Bruins – Boer en taxateur natuurlijk kapitaal