Na een succesvolle dag met proeverijen, Turkse pannenkoeken en een stralende zon, wordt het ’s avonds serieus tijdens De Grote Bodemshow. Vier bodemexperts uit verschillende invalshoeken vuren vragen af op twee boeren – een ‘gangbare’ en een biologisch dynamische – om te checken of de kennis van een expert en de praktijk een beetje overeenkomen. “Maar het gaat toch prima met ons? We hebben zat te eten en u ziet er ook goed uit.” Tekst: Caroline Spilt, Beeld: Catharina van der Meer.

Op vijftig procent van de Nederlandse landbouwgrond groeit nauwelijks meer iets. Wat?! Tien procent van de vruchtbare bodem wereldwijd is al veranderd in woestijn. Statistieken om reacties te onthutsen bij de nieuwsgierige bezoekers tijdens De Grote Bodem Show, gepresenteerd door Food Filmfestivaldirecteur Janno Lanjouw.

11215859_694635860680066_7055477913177265082_n

‘Gangbaar’ vs. biodynamisch
Uiteindelijk zijn het de boeren die met de bodem werken, daarom zijn er twee uitgenodigd: gangbare akkerbouwer Arnout den Ouden en biologisch dynamische boerin Lizelore Vos. Naast elkaar op een krukje zittend vertellen ze hoe ze omgaan met de bodem, en wat daarbij hun overwegingen zijn.

Janno: “Arnout, wat voor bodem heb jij?”

Arnout: “Eigenlijk van alles. De grond ligt in een straal van 2.5 kilometer om de boerderij. Ik heb grond die tegen zand aan zit, maar ook grond waar je potten mee zou kunnen bakken.”

Janno: “Jij bent een gangbare boer, wat houdt dat in?”

Arnout: “Dat ik een normale boer ben. Hetgeen het meest voorkomt in Nederland. Wij zijn niet biologisch. We gebruiken wel bestrijdingsmiddelen. Dat is mij met de paplepel ingegoten, maar ik ben wel een kritische boer.”

Naast hem zit Lizelore Vos, een derde generatie biologisch dynamische boer uit de Noordoostpolder.

Lizelore: “Ik werk zonder bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Dus dat betekent veel meer werk. Arnout rijdt ’s avonds over z’n land om te spuiten. Ik ben met twaalf scholieren een hele dag bezig met de hand onkruid te wieden. Als natuurlijk vorm van insectenbestrijding hebben we een akkerrand om predatoren te weren.”

Arnout: “Wij spuiten trouwens ook niet altijd met insecticiden. Alleen als het te erg wordt. Maar dit jaar en vorig jaar kwamen we niet boven de schadedrempel. Dus is er niet gespoten.”

1518219_694636024013383_904404503796680088_n

Beide boeren hebben bodem meegenomen van hun bedrijf en het publiek mag voelen.

Beide boeren laten foto’s zien van hun land en vertellen dat ze blij zijn als er veel meeuwen op hun land zitten; dat betekent dat er regenwormen in de bodem zitten. En die zijn goed voor de grond. Hoe meer verschillende soorten, hoe beter. Beide boeren hebben een zak met bodem meegenomen zodat het publiek kan voelen.

Expert 1, de bodemdeskundige: “De afstand tussen boer en bodem wordt groter.”
Naast de twee boeren en Janno staat een loket, waarachter om de beurt bodemexperts verschijnen. Vanuit hun eigen perspectief vertellen ze over hun expertise en stellen ze vragen aan de boeren. Expert nummer één is Marleen Zanen, onderzoeker van duurzaam bodembeheer bij het Louis Bolk Instituut. Boeren staan sinds de Tweede Wereldoorlog door mechanisering letterlijk en figuurlijk verder van de bodem af, volgens Marleen. En door kuilen te graven kunnen bodem en boer weer dichterbij elkaar komen.

Marleen: “Ik graaf al vijftien jaar kuilen met akkerbouwers. Vijftig centimeter tot één meter. Dan kijken we naar de interactie tussen gewas en bodem. Ik ben nog nooit op een bedrijf geweest dat zoiets al had gedaan. Kennis van bodem is op de achtergrond geraakt door mechanisering. Door het graven van de kuilen proberen we boeren weer op de knieën te krijgen.”

Janno: “Er is dus een afstand tussen boer en bodem? Wanneer is dat contact verloren?”

Marleen: “Sinds de Tweede Wereldoorlog. Op veel bedrijven waar ik kom, zie ik de vorige generatie: de opa’s van de bedrijfsleiders. Die zeggen: “Ja, tuurlijk moet je naar die bodem kijken.” Maar de volgende generatie krijgt andere kennis. Technische kennis heeft de boventoon. Vertouwen op eigen waarneming en zelf kijken, gebeurt eigenlijk niet meer.”

Janno: “Komt dat terug? Ben je positief gestemd?”

Marleen: “Ja. We krijgen steeds meer vragen van boeren die tegen de grenzen van de bodem aanlopen. Vijftig procent van de landbouwgrond in Nederland is verdicht. Daar is geen goede gewasgroei meer mogelijk. Dat is heel ernstig en dat merkt de praktijk ook steeds meer. Het brengt ze weer terug bij de bodem, want ze moeten maatregelen nemen.”

11403339_694636510680001_6614059634802422113_n

Expert 2: Matthijs Schouten, de filosoof: “Nou en? Het gaat toch prima?”

Ook de andere experts maken zich zorgen. Matthijs Schouten, bioloog, ecoloog en filosoof: “Het klinkt alsof het allemaal in orde is met de bodem, maar we verliezen wereldwijd tien miljoen hectare vruchtbare bodem per jaar die overgaat in woestijn. Tien procent van de vruchtbare grond wereldwijd is al verloren gegaan. We putten de aarde uit. In Nederland loopt dat nog niet zo’n vaart, maar ik maak me wel zorgen. We zijn vanaf de Tweede Wereldoorlog gaan intensiveren. Sinds die tijd zijn we de helft van de biodiversiteit kwijtgeraakt. We zijn wilde planten en dieren verloren.

Janno: “Nou en? Het gaat toch prima?”

Matthijs: “Met wie?”

Janno: “Met ons. We hebben zat te eten en u ziet er ook goed uit.”

Matthijs: “Ons ecosysteem blijft ons voedsel leveren zolang we het goed gebruiken. Er zijn initiatieven voor bewustwording. Dat zie je ook bij deze boeren. Je kan geen sla uit de grond trekken.”

Matthijs benaderd de bodem vanuit filosofisch perspectief: “Ja, je kan goed filosoferen over de bodem. Het is niet alleen een fysisch substraat, maar een levend ecosysteem. Een lepel grond bevat meer organismen dan de aarde mensen telt. De bodem is rijk, als ‘ie goed behandeld wordt. Hoe behandelen we de bodem en waarom doen we dat zo? In die zin houd ik mij met bodem bezig.”

Een vraag die Matthijs de boeren en het publiek stelt: van wie is de bodem? Van zichzelf, van de organismen die erin leven of van de mens? De zaal is verdeeld, boer Lizelore vindt dat de bodem van zichzelf is, maar volgens boer Arnout is de grond van hem: het heeft hem heel wat gekost.

Links filosoof Matthijs Schouten, midden de Zuid-Afrikaanse composter Eddie Redelinghuys en rechts YFM-directeur Joszi Smeets

Links filosoof Matthijs Schouten, midden de Zuid-Afrikaanse composter Eddie Redelinghuys en rechts YFM-directeur Joszi Smeets

Expert 3: Eddie Redelinghuys, oprichter van Reliance Compost in Zuid Afrika

De Zuid Afrikaanse Eddie is met zijn bedrijf Reliance Compost gepassioneerd bezig de cirkel rond te maken: zoveel mogelijk voedsel dat we produceren, terugbrengen naar de bodem. Hij vraagt de boeren dan ook: is het mogelijk om alle voedsel die we produceren, terug te brengen naar de grond?

Expert 4: Johan Elshof, water- en bodemspecialist bij de Zuidelijke land- en tuinbouw organisatie (ZLTO)

Johan Elshof haakt in op wat Marleen Zanen al zei “Wat onze grootouders wisten, hebben wij niet meer geleerd.” De ZLTO vertegenwoordigt 16.000 boeren: gangbaar, biologisch, paarden- en varkenshouders. Als beleidsmaker staat Johan naast deze boeren, maar gidst hij ze ook.

“Over vijfentwintig jaar ziet de wereld er anders uit dan nu. Voor water betekent dat dat we er zuiniger mee om moeten gaan. Voor bodem betekent het dat er meer aandacht voor moet komen. Hetgeen onze ouders en grootouders wisten, hebben wij niet meer geleerd. Je stopt er een zaadje in en het groeit vanzelf wel. Je doet er water bij en het kom wel goed. Maar dat kan niet meer.”

Een vraag uit het publiek: “Het klinkt zo logisch: ik zorg goed voor mijn bodem. Maar hoe komt het dat zoveel boeren dat dan niet doen?”

Arnout: Ik denk dat commercie een grote rol speelt. Als je opgegroeid bent op een bedrijf waar veel gespoten wordt, is dat normaal. De handel laat je dingen doen. Boeren zijn bang om zelf te denken en te kijken en beslissingen te maken. Het is safe om te spuiten.”

Lizelore: “De afstand tussen boer en bodem wordt groter. Letterlijk. Grotere machines drukken op het land. Die drukken letterlijk de bodem in.”

Arnout: “Machines zorgen voor minder arbeid op het land. In Nederland trek je niet goedkoop een blikje mensen open.”

Ted van den Bergh, directeur van de Triodos Foundation: "Hoe veel kost het om een ha grond te bemesten met organische mest, en hoe duur is dat met kunstmest?"

Ted van den Bergh, directeur van de Triodos Foundation: “Hoe veel kost het om een ha grond te bemesten met organische mest, en hoe duur is dat met kunstmest?”

Vote with your fork
Tot slot vraagt Janno wat wij als consumenten kunnen doen, voor hun bodem.

Lizelore: “Biodynamisch eten. Als consument heb je een keus in het kiezen van je voedsel.”

Arnout: “Ik snap wel wat je zegt: koop biologisch. Maar ik vind dat mensen meer vers moeten kopen en vers moeten koken. Minder uit pakjes. Ik denk dat dat voor veel landbouw beter is. Gewoon zelf eten maken.”